Not A Factory De Paradijsvogel Schrijft

Not A Factory

Begin 2018 las ik op Instagram over crowdfunding voor ‘Not a Factory’. De vraag was heel simpel: koop een T-shirt, zodat er startkapitaal gegenereerd kan worden om een project op te zetten voor vluchtelingen in Griekenland. Bij het behalen van het benodigde startbedrag, konden vluchtelingen met ervaring in de kledingsector, de bestelde T-shirts maken en hierdoor werk hebben. Ik stelde mij zo voor, dat dit werk deze mensen weer ritme en voldoening zou kunnen geven. Dat dit een welkome afwisseling zou zijn als je je vaderland achter had moeten laten en de tijd probeerde te doden in een kamp. Met het hebben van werk, kun je de eerste stappen zetten naar het opnieuw opbouwen van je leven. Gevoelsmatig weer deel uit maken van de maatschappij, vooruit mogen denken i.p.v. enkel terugkijken. Het moge duidelijk zijn; ik twijfelde geen seconde en kocht een T-shirt.

Ik had nog nooit deelgenomen aan crowdfunding en was verrast hoe netjes en met regelmaat ik op de hoogte werd gehouden over de status van het project. Iedere mail was vergezeld met mooie foto’s of statistieken. Op 22 april 2018 ontving iedere deelnemer de verlossende woorden in zijn mailbox: ‘We did it!’. Er was voldoende geld opgehaald en er kon begonnen worden! Maarten Hunink, oprichter van dit prachtige project, sloot de mail af met de woorden ‘this is not the end, this is just the beginning.’ 

Afgelopen zomer heb ik het prachtige T-shirt uiteraard weer met veel plezier gedragen. Ik besloot contact op te nemen met Maarten. Want jee, zo’n goed verhaal moet gedeeld worden! Maak daarom nu kennis met Maarten en Not a Factory. Want wat Maarten reeds neer heeft weten te zetten, vind ik simpelweg fantastisch. Jammer genoeg zijn we er nog niet. Dus lees mee en wie weet maak ik ook jou enthousiast een steentje bij te dragen..

Hi Maarten, fijn dat ik je mag interviewen. Ik volg je project Not a Factory al een tijdje en je bent mooie dingen aan het doen! Laten we bij het begin beginnen. Wat is je achtergrond?

Maarten lacht. “Goed, het begin. Vanaf mijn twaalfde ben ik gaan dansen. Ik heb de dansacademie gevolgd en een tijd lang als danser gewerkt, onder andere bij dansgezelschap Conny Janssen Danst in Rotterdam. Na het dansen ben ik als web developer gaan werken en meer de ICT ingedoken. Gelijktijdig heb ik het altijd lastig gevonden om te zien dat er zoveel in de wereld gebeurd, wat niet goed gaat. Ik wil graag mijn steentje bijdragen om de wereld mooier te maken en kan dat onvoldoende kwijt in mijn dagelijks werk. Zodoende ben ik projecten op gaan zetten.”

Kun je daar iets meer over vertellen?

“Ik was heel erg aan het zoeken naar hoe ik kon bijdragen aan een mooiere wereld. Mijn eerste project heette dan ook ‘I want to make the world a better place’ (zie ook: https://www.iwanttomaketheworldabetterplace.com) wat bestond uit een jaar lang, iedere maand een ander idee uitvoeren om zo de wereld een mooier te maken. Ideeën hiervoor bedacht ik niet alleen zelf, ook anderen konden deze via de website aandragen. Het idee met de meeste stemmen, voerde ik uit. Zo heb ik bijvoorbeeld een maand lang geleefd zonder afval te produceren, een onderzoek gedaan naar wie mijn kleding had gemaakt en werkzoekenden geholpen aan werk. Na een jaar was het project afgerond en kwam de vluchtelingencrisis op. Het was overal in het nieuws. Ik zag dat het zich voornamelijk in Griekenland afspeelde en was heel benieuwd hoe de situatie in het echt was, ik wilde het met mijn eigen ogen zien. Toen ben ik naar Griekenland toe gereisd en heb ik vrijwilligerswerk in verschillende kampen gedaan. Eerst in de buurt van Athene maar daarna ook in het noorden, in de buurt van Thessaloniki.” 

Waar bestond dat vrijwilligerswerk uit?

“Voornamelijk in het ondersteunen van vluchtelingen met voedsel en kleding. Echt het voorzien in de basisbehoefte. En die noodzaak was ontzettend hoog! Dat heb ik alles bij elkaar ongeveer een jaar gedaan. Van daaruit ben ik nog bij een ander project aangesloten; ‘The Timber Project’. Zij bouwden vooral constructies in vluchtelingenkampen, zoals schaduwplekken, een klein schooltje en een winkeltje.”

Hoe ben je toen bij je eigen project ‘Not a Factory’ gekomen?

“Met de tijd leerde ik vluchtelingen kennen, die voorheen in de kledingsector gewerkt hadden en goed konden naaien. Het is goed om te weten dat de werkeloosheid in Griekenland heel hoog ligt en er geen overgangsregeling is, als je als vluchteling asiel toegewezen krijgt. Je moet dan het kamp verlaten maar het ontbreekt aan iedere vorm van ondersteuning, ook op financieel gebied. Daar zit ècht een heel groot gat. Aan de andere kant is het Griekse sociale systeem dusdanig zwak, dat ze ook niet voor deze stroom mensen kunnen zorgen. Door het ontmoeten van al deze fijne mensen die graag wilden werken en goede kwaliteiten bezitten, ben ik gaan kijken of ik iets op kon zetten.”

Het begon met een T-shirt. Kun je vertellen waarom?

Maarten moet lachen. “Ik dacht dat is het makkelijkste! Griekenland heeft een verleden in de kledingproductie en de mensen die ik ontmoette, hadden hier ook ervaring mee. Ikzelf had overigens helemaal geen ervaring met T-shirts maken. Inmiddels kan ik zeggen dat ik er ietsje meer van af weet haha…”

Waar komt de naam ‘Not a Factory’ vandaan?

“Ken je het kunstwerk ‘La Trahison des Images’ van Magritte? Daarop staat een pijp afgebeeld met daaronder de tekst ‘dit is geen pijp’. Dat geldt net zo goed voor onze T-shirts waarop staat ‘This is not a T-shirt’. Dat is het natuurlijk wel, maar het gaat om wat erachter zit. Het is zóveel meer dan dat.”

Wat doet het met mensen om in vluchtelingenkampen te leven? 

Maarten zucht. “Er is veel moedeloosheid mede als depressiviteit. En het komt vooral aan het gebrek aan toekomstperspectief. Niemand weet hoe zijn of haar toekomst er uit gaat zien. Kunnen ze straks weer voor zichzelf zorgen? Kunnen hun kinderen naar een goede school? Kunnen ze überhaupt hier blijven? Er zijn zoveel vraagtekens en er leeft een grote angst om op straat terecht te komen, zonder geld of wat dan ook. Daar kan ik mij als Nederlander nog moeilijk een voorstelling van maken. De kans om in Nederland op straat te komen is vele malen kleiner. Griekenland ligt weliswaar ook in Europa, maar is wat dat betreft echt een heel andere wereld.” 

Je besluit T-shirts te gaan maken. Dan heb je een werkruimte en materiaal nodig. Hoe ben je te werk gegaan?

Er verschijnt weer een glimlach op Maartens gezicht. “Het is een traject geweest met vallen en opstaan. Het is soms maar goed, dat je van tevoren nog niet weet wat je te wachten staat. Mijn eerste gedachten waren ‘waarom niet, ik zoek een ruimte waarin we kunnen werken, mensen die mee kunnen helpen en dan gaan we gewoon beginnen’. Maar ook in Griekenland heb je te maken met bureaucratie. En het regelen van een ruimte, mensen mogen aannemen en een entiteit opstarten is best complex. Ondanks de hulp die ik kreeg van de Grieken, liep ik daar in het begin op vast. Het bleek complexer te zijn dan gedacht. Op een gegeven moment had ik door dat dit niet de goede richting was en ben ik gaan zoeken naar een samenwerking. Dat was realistischer. ‘Not a Factory’ is een Nederlandse stichting die samenwerkt met een Grieks/Duitse organisatie genaamd Naomi. Zij hadden al workshops, waar mensen konden komen werken. Al staan we met elkaar nog echt wel aan het begin.”

Hadden zij al meer ervaring met het maken van T-shirts?

“Nee, zij hadden ook nog nooit T-shirts gemaakt! Daarnaast deden zij voornamelijk kleinere producties en ons project was veel groter. Samen zijn we gaan kijken hoe we het konden opschalen en dat leidde uiteindelijk ook tot samenwerkingen met andere Griekse bedrijven. Bijvoorbeeld het snijden van de stof, hebben we uitbesteed aan een ander lokaal Grieks bedrijf.”

Voor dit project had je financiële steun nodig en startte je in 2018 een crowdfundingsactie. Hoe ging dat?

Maarten glimlacht. “Met heel veel dank aan mijn netwerk, heb ik dit project kunnen realiseren. Ook vanuit Conny Janssen Danst heb ik steun en hulp gekregen. Het scheelt ook, denk ik, dat ik al eerder projecten had gedaan met eenzelfde waarde. Hierdoor had ik mensen in mijn netwerk vergaard, die ook dit nieuwe project graag wilde steunen. Er was 34.000 euro nodig om het te kunnen starten en op een gegeven moment was mijn netwerk wel uitgeput. Gelukkig begonnen mensen de crowdfundingsactie via hun Social Media kanalen te delen en dat ging verrassend goed! Het was een hele opluchting toen bleek dat we het geld bij elkaar hadden gesprokkeld.”

Hoe gaat het nu met Not a Factory?

Maarten kijkt serieus. “Het blijft nog steeds projectmatig werken. Jammer genoeg kunnen we de mensen niet aan constant werk helpen, voor het produceren van onze eigen producten. Er zijn bij Naomi nu ongeveer 4 mensen aan het werk, die ook op verschillende projecten worden ingezet. Bij een nieuwe productie T-shirts of tassen kunnen we soms extra mensen inzetten.”

En heb je dan vaste mensen die bij je werken of rouleert dat?

“Het blijft wel een wereld die constant aan verandering onderhevig is. De mensen die in het begin betrokken waren bij de productie van onze eerste T-shirts, zijn inmiddels vertrokken. Neem bijvoorbeeld Shero, een hele leuke jongen die nu in Duitsland woont. Hij wilde niet in Griekenland blijven omdat zijn familie was doorgetrokken en hij zich bij hen wilde voegen. Je ziet dat de vluchtelingen hier in Griekenland aankomen. Sommigen willen blijven en sommigen zijn op doortocht.”

Waar komen de vluchtelingen zoal vandaan?

“Het is een hele gemengde groep. We hebben vluchtelingen die uit Syrië of Afghanistan komen, maar er zitten ook mensen uit Noord-Afrika of Irak tussen. Het is echt een mix, we hebben te maken met verschillende talen en verschillende religies. Dat maakt het ook wel weer heel interessant.”

Als je terugkijkt naar wat je de afgelopen jaren hebt neergezet, hoe voelt dat dan?

“Het voelt eerlijk gezegd nog niet zo stabiel. Het ‘staat’ nog niet. Die eerste push met de crowdfunding ging heel goed, maar het zou natuurlijk fijn zijn als we een soort contante verkoop konden creëren, zodat er ook continuïteit in de productie zit. Daarbij is het een uitdaging om biologisch en eerlijk te produceren. De mensen eerlijk uitbetalen voor hun werk en als organisatie ook economisch duurzaam te zijn, is een hele klus. Daarom zijn we momenteel energie in de verkoop aan het steken, zodat we weer productie kunnen gaan maken.”

Doe je dat overigens zelf of krijg je daar hulp bij?

“Een vriendin helpt ons nu met de promotie op Instagram, wat heel fijn is. Nieuwe energie.”

Werk je zelf nog naast Not a Factory?

“Ja, ik word niet uitbetaald dus houd ik mij nog steeds bezig met het bouwen van websites.”

Komen we bij de laatste vraag. Wat zou je graag nog willen met dit project?

Er verschijnt een glinstering in Maartens ogen. “Het is mijn droom om deze mensen meer stabiliteit te kunnen geven. Dat ze er op kunnen vertrouwen dat er genoeg werk is en ze een stabiel inkomen hebben. Kijk, het leven is voor iedereen onzeker, maar deze mensen hebben wel heel veel onrust en onzekerheid meegemaakt. Ik zou daar graag verandering in brengen, zodat ze weer kunnen dromen en hun leven verder op kunnen bouwen.”

Ben jij enthousiast geworden over Not a Factory? Kijk dan op de website https://notafactory.com, lees meer over dit project en bestel zo’n prachtig T-shirt of tas! 

Blijf op de hoogte van dit mooie project! Volg Not a Factory op Instagram en Facebook. Of meld je hier aan voor de nieuwsbrief!